gesloten: Utopia, een toekomstperspectief?

Expositie 20 februari 2020 tot 05 april 2020 Kadmium door Kadmium

Een utopie is een geconstrueerde, onmogelijke werkelijkheid, een ideale wereld die nooit bereikt kan worden. Het woord werd voor het eerst gebruikt in het boek Utopia (1516) van Sir Thomas More (1478-1535). In de utopie ontwerpt de bedenker een ideale staat of samenleving. Deze heeft vaak (maar niet noodzakelijkerwijs) een socialistische of communistische snit: maatschappelijke tegenstellingen zijn er verdwenen, alle bezit is er eerlijk verdeeld en eigendom zelfs afgeschaft, een kloof tussen rijk en arm bestaat niet, de burgers zijn er eensgezind en leven automatisch deugdzaam. Geld is overbodig geworden en religieuze tolerantie heerst waardoor conflict nagenoeg is verdwenen. De wetten van het land kunnen door elke inwoner begrepen worden. Het is een droombeeld van een volmaakte situatie, die nooit bereikt zal worden.

Hoewel de samenleving die More ons voorhoudt heel aantrekkelijk lijkt, kunnen we vraagtekens zetten bij zijn mensbeeld. Wat voor mens woont in deze utopie? Past deze zich aan zijn nieuwe omgeving aan of is het naïef of zelfs schadelijk te denken dat de mens kan of wil veranderen? De term Utopia staat voor een positieve toekomstvisie, het beloofde land, luilekkerland.

Toekomstvisies
Toekomstvisies op het (voort)bestaan van de mens, van de wereld en van het leven zijn door de eeuwen heen belangrijke thema’s geweest in het oeuvre van schrijvers en beeldend kunstenaars. Aldous Huxley (1894-1963) schept in zijn roman Brave new world (1932) een toekomstige wereld die geheel beheerst wordt door technologie en rationalisme. De mensen zijn gezond en gelukkig, oorlog en armoede kennen ze niet. In die zin lijkt het werk eerder een technologische utopie dan een dystopie (anti-utopie), zij het op ironische wijze, want traditionele waarden als liefde, trouw, gezinsleven, kunst en godsdienst bestaan niet langer, evenmin als de vrije keuze voor een individueel bestaan.

De dystopische toekomst roman 1984 (1949) van George Orwell (1903-1950) beschrijft een staat waarin de overheid elk aspect van het menselijk leven bewaakt en controleert. In de strijd tegen de Partij en Big Brother gaat de enkeling kansloos ten onder. Het boek toont de schaduwkanten van de utopie.

Utopia of Neurotopia?
De kunstenaars die in Kadmium exposeren anticiperen met hun werk op een utopische toekomstvisie. Ligt de toekomst onder water en wordt die alleen ‘bevolkt’ door planten en dieren of is er ook menselijk leven mogelijk? Sporen van menselijke aanwezigheid zijn in de schilderijen van Anutosh (1970) wel waarneembaar, maar hij laat de uiteindelijke interpretatie van zijn werk aan de beschouwer over.

De bloemen van Bert van Santen (1958) symboliseren enerzijds schoonheid, maar  kunnen anderzijds ook het kwaad vertegenwoordigen. De schilder ontdoet de bloem van zijn rooskleurige romantiek en door de stekelige en ruwe manier van schilderen zet hij duistere accenten waardoor ieder werk uiteindelijk een donker-romantische lading krijgt. In eerste instantie lijken de florale elementen te verwijzen naar Arcadië, een utopisch land vol bloemen, fruit en bossen, helder water, een eeuwige zomer, een ideaal-landschap. Bij nadere beschouwing echter worden de donkere kanten zichtbaar.

In Neurotopia laat Erik Sep (1976) zien dat er alternatieven zijn voor de manier waarop de wereld is ingericht. Door onze zichtbare wereld te herscheppen opent hij bij de kijker een deur naar een parallelle wereld. In Neurotopia zijn constructies en verhoudingen mogelijk die in werkelijkheid onuitvoerbaar zijn en niet zouden passen in een menselijke maat. Als in een echte stad is in Neurotopia een permanent proces van bouwen, slopen, reorganiseren en herontwikkeling te zien.

curator Piet Augustijn